FSUSE

Wat houdt de vergewisplicht in?

Door Fsuse · Leestijd 5 minuten · Laatst bijgewerkt:

Wie in de zorg iemand aanneemt of inhuurt, moet éérst nagaan of die persoon geschikt en bevoegd is om zorg te verlenen. Die verplichting heet de vergewisplicht en staat in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Dit artikel legt uit wat de plicht inhoudt, voor wie hij geldt en — het deel dat vaak wordt onderschat — hoe u aantoont dat u eraan voldaan heeft.

De plicht in het kort

De Wkkgz verplicht zorgaanbieders om te onderzoeken of de manier waarop een nieuwe zorgverlener in het verleden heeft gefunctioneerd, in de weg staat aan het verlenen van goede zorg. Dat onderzoek moet gebeuren vóórdat de zorgverlener aan het werk gaat.

De plicht geldt breed: voor medewerkers in loondienst, maar ook voor uitzendkrachten, gedetacheerden en zzp'ers. Voor vrijwilligers en mantelzorgers geldt hij niet.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) ziet toe op de naleving. Bij een calamiteit is een van de eerste vragen: wat wist de organisatie over deze zorgverlener, en waaruit blijkt dat?

Wat u kunt controleren

De wet schrijft niet één vaste checklist voor — de zorgaanbieder bepaalt zelf hoe hij zich vergewist, passend bij de functie. Gebruikelijke bronnen zijn:

  • Het BIG-register — is de registratie geldig, en zijn er beperkingen of aantekeningen?
  • Diploma's en certificaten — kloppen ze, en zijn ze echt? De IGJ ontving in één jaar 95 meldingen over zorgverleners met een vals diploma of certificaat, op circa 34.000 zzp'ers in de zorg. Fraude komt naar verhouding het vaakst voor in de gehandicaptenzorg, verpleeghuiszorg, jeugdzorg en wijkverpleging (NOS).
  • Referenties — navraag bij eerdere werkgevers over het functioneren.
  • Het Waarschuwingsregister Zorg & Welzijn en informatie van de IGJ.
  • Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) — voor instellingen die Wlz-zorg leveren is die wettelijk verplicht, op grond van artikel 3.1 van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz. De plicht geldt ook voor uitzendkrachten, gedetacheerden en zzp'ers, en zelfs voor niet-zorgverleners die beroepsmatig in contact komen met cliënten. Let op de geldigheidstermijn: bij indiensttreding mag een VOG binnen de Wlz niet ouder zijn dan drie maanden; voor zzp'ers geldt maximaal drie jaar.

Wat vaak misgaat

De controle is een momentopname. Een BIG-registratie die vandaag geldig is, kan volgend jaar zijn doorgehaald. Een VOG veroudert. Wie alleen bij indiensttreding controleert, weet daarna formeel niets meer — terwijl de verantwoordelijkheid voor goede zorg doorloopt. Dat is geen theoretisch risico: in Arnhem stonden vier zorgmedewerkers terecht die jarenlang met vervalste diploma's werkten, van wie één vier jaar lang eindverantwoordelijk was op een hoog-intensieve afdeling (Openbaar Ministerie).

Het bewijs is verspreid. De BIG-check zit in een e-mail, het diploma in het personeelsdossier, de referentie in iemands geheugen. Als de inspectie vraagt waaruit blijkt dat u zich vergewist heeft, is er wel iets — maar niet op één plek, niet compleet en niet altijd terug te vinden.

Zzp'ers leveren alles telkens opnieuw aan. Een zelfstandige die voor vier organisaties werkt, doorloopt vier keer dezelfde papiermolen — en elke organisatie bewaart kopieën van documenten vol persoonsgegevens die ze eigenlijk niet hoeven te hebben.

Vergewissen is aantonen

De kern van de plicht zit in het woord zelf: u moet zich niet alleen vergewissen, u moet zich aantoonbaar vergewist hebben. Dat vraagt om vastlegging: wat is gecontroleerd, wanneer, bij welke bron, met welke uitkomst — en wie heeft daarop welk besluit genomen?

Een organisatie die dat op orde heeft, beantwoordt een inspectievraag met een dossier in plaats van een zoektocht. En belangrijker: ze weet zélf doorlopend wie er bevoegd voor de deur staat.